Het is de zomer van de Arnhem Mode Biënnale. Piet Paris (47 jaar) voelt zich een beetje katerig na een feestje dat een maand duurde. Als artistiek leider is hij twee jaar bezig geweest met de voorbereiding.
Piet draagt vandaag een pak van Martin Margiela: mooi zittend jasje, een broek met korte pijpen, wit overhemd. Na een maand Mode Biënnale is Piet moe. Moe ook van alle interviews? Dat niet. Het is fijn om Piet te interviewen. Hij is rustig, denkt lang na voordat hij antwoord geeft. Introvert en open tegelijk.
Mode illustrator
Ik ben afgestudeerd aan de modeacademie met twee collecties: jurken en tekeningen. Het ontwerpen van mode vond ik leuk, maar het in elkaar zetten van de kleding sprak me veel minder aan. Dat ik met mijn tekeningen mijn brood zou gaan verdienen, was verrassend en tegelijkertijd voorspelbaar. Illustrator was voor mij een onbekend beroep. Ik had geen voorbeeld als Lagerfeld of Gaultier. Mijn werk en loopbaan heb ik altijd intuïtief benaderd; ik was niet zo bezig met een plan.
Vanity in Milaan
Na mijn studie ben ik in de zomer naar Milaan gegaan. Ik had een map ontwerpen van jurken en illustraties bij me. Vanity stond bovenaan mijn verlanglijstje. Dit was toen het meest voor-aanstaande magazine dat volledig uit tekeningen bestond. In augustus ging ik weer terug naar Nederland want dan ligt heel Milaan op het strand. Mijn eerste opdracht kwam van Vanity. Dat viel op in Nederland, het kwam in de krant. Daarna kwam er een opdracht van de Volkskrant. Ik deed de illustraties bij artikelen van Pauline ter Reehorst. Daarna belde VIVA. Hoe ik het aanpakte? Je moet zorgen dat je opvalt, dat ze je nog een keer vragen.
Vorm voorop
Ik houd van mode in zijn meest originele vorm. Het gaat me letterlijk om de vorm. De ontwerpen in het echt zien, op een model. Dat vind ik het allerleukste. Ik zit niet bij een show om te zien of kleding draagbaar is, of mijn moeder het zou kunnen dragen. Ik kijk eerder of het iets is dat nog niet eerder gedaan is. Een modeshow is om te inspireren, het geeft een beeld van de complete collectie. In Parijs zitten de inkopers in de zaal. Die gaan daarna door naar de showroom van de ontwerper want daar hangt ook de inkoopcollectie. De show is slechts het tipje van de sluier, daarna begint het feest pas echt en gaan de motors van deze miljardenindustrie draaien.
De modepiramide
Niet alle mode is bedoeld om uiteindelijk in het straatbeeld te verschijnen. Ik zie mode als een piramide; bovenin de top de meest originele, conceptuele ontwerpers. De brede laag onderin is de straatmode. Soms is er een direct verband tussen wat er bovenin gebeurt en wat je in de confectiewinkels terugziet. Zo is Dolce&Gabbana vrij gemakkelijk te kopiëren. Dat lukt je niet bij ontwerpen van Hussein Chalayan. Die had in Arnhem een paviljoen met een jurk die was gevormd door windkracht. Wat hij denkt en doet, is zo origineel. Beroemd worden lijkt voor hem geen drijfveer te zijn. Dat hebben Victor&Rolf wel. Die willen wereldberoemd worden. Of ik beroemd wil worden? Ja, maar niet om op straat herkend te worden of voor de feestjes. Ik vind het leuk als mensen me kennen om mijn werk.
Achter de tekentafel
Toen ik voor Saks Fifth Avenue achttien trendtekeningen moest maken, ging ik niet door New York lopen voor inspiratie. Ik ga vanuit een briefing achter mijn tekentafel zitten. Zo wilde Saks dat ik de trends van dat jaar, zoals de maxi jurk, grote armbanden en de tweekleurige mannenschoen in mijn tekeningen verwerkte. Als illustrator ben je eigenlijk net een fotograaf, een toeschouwer. Iemand anders bedenkt een trend of maakt een ontwerp. Ik heb voldoende aan het maken van een tekening. Hoewel ik soms ook een tekening moet maken van een jurk die nog niet ontworpen is.
Overdrijven met vrouwen
Ik teken liever vrouwen dan mannen. Daarmee kun je lekker overdrijven, ze wat gezelliger maken met toeters en bellen. Teken ik er een grote pruik of super stilleto’s bij. Mannen zijn natuurlijk eigenlijk een beetje saai. Ik teken met een potlood. Eerst maak ik een aantal schetsen met heel veel lijnen. Die leg ik op een lichtbak en dan trek ik lijnen over, laat lijnen weg. Aan het eind houd ik een strakke lijn over. Ik weet precies wanneer een tekening gelukt is.
Barbies en rode schoentjes
Met vier zussen had ik geen gebrek aan barbies om mee te spelen. Dat was bij ons thuis geen enkel probleem. Ik kreeg alle ruimte om te zijn wie ik was. We gingen een paar keer per jaar naar de Efteling. Mijn favoriete sprookje? Assepoester, maar ook die van de Rode schoentjes. Toch weer mode. Ik tekende altijd poppetjes, auto’s vond ik maar niets. Nu ook, heb ik geen behoefte om citroenen te tekenen.












